It's easy to get started creating your website. Knowing some of the basics will help.

What is a Content Management System?

A content management system is software that allows you to create and manage webpages easily by separating the creation of your content from the mechanics required to present it on the web.

In this site, the content is stored in a database. The look and feel are created by a template. Joomla! brings together the template and your content to create web pages.

Logging in

To login to your site use the user name and password that were created as part of the installation process. Once logged-in you will be able to create and edit articles and modify some settings.

Creating an article

Once you are logged-in, a new menu will be visible. To create a new article, click on the "Submit Article" link on that menu.

The new article interface gives you a lot of options, but all you need to do is add a title and put something in the content area. To make it easy to find, set the state to published.

You can edit an existing article by clicking on the edit icon (this only displays to users who have the right to edit).

Template, site settings, and modules

The look and feel of your site is controlled by a template. You can change the site name, background colour, highlights colour and more by editing the template settings. Click the "Template Settings" in the user menu.

The boxes around the main content of the site are called modules. You can modify modules on the current page by moving your cursor to the module and clicking the edit link. Always be sure to save and close any module you edit.

You can change some site settings such as the site name and description by clicking on the "Site Settings" link.

More advanced options for templates, site settings, modules, and more are available in the site administrator.

Site and Administrator

Your site actually has two separate sites. The site (also called the front end) is what visitors to your site will see. The administrator (also called the back end) is only used by people managing your site. You can access the administrator by clicking the "Site Administrator" link on the "User Menu" menu (visible once you login) or by adding /administrator to the end of your domain name. The same user name and password are used for both sites.

Learn more

There is much more to learn about how to use Joomla! to create the website you envision. You can learn much more at the Joomla! documentation site and on the Joomla! forums.

Heb je vragen over bepaalde zaken dan kunt je contact opnemen met één van de bestuursleden.

Vragen over ... mail dan naar:

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Algemeen
Met hardlopen verbruik je energie. En alles wat je aan energie verbruikt, moet je eerst aan voeding binnenkrijgen. De belangrijkste energiebronnen voor het menselijk lichaam zijn koolhydraten, eiwitten en vetten. Bij het lopen haalt je lichaam vooral energie uit koolhydraten. Deze worden in je lichaam omgezet in glucose en in de vorm van glycogeen opgeslagen in je spieren en je lever. Glycogeen is als brandstof snel beschikbaar. De voorraad glycogeen in je spieren neemt tijdens het sporten af. Belangrijk is dus om te zorgen dat de glycogeenvoorraad in je lichaam op peil is voor het lopen. Na de training of wedstrijd moet je de glycogeenvoorraad in je spieren aanvullen door binnen twee uur koolhydraatrijk voedsel te eten. Dat is nodig voor een goed herstel van de spieren en zo de volgende keer weer goed te kunnen sporten.

Een gezonde voeding bestaat voor 55 procent uit koolhydraten. Voor de recreatieve loper is dit een prima basis. Loop je echter fanatiek - altijd meer dan drie maal per week - dan zou de voeding voor 60 procent uit koolhydraten moeten bestaan. Gezonde koolhydraatrijke voedingsmiddelen zijn onder meer: brood, rijst, deegwaren zoals pasta en aardappelen, maar ook groenten en fruit.

Eten vóór het lopen
Sporten met een volle maag is niet prettig. Het kan klachten geven als pijn in de zij, maagkrampen, darmkrampen en zelfs diarree. Ook gaat het trainen je minder makkelijk af als je vlak voor het lopen een flinke maaltijd hebt genuttigd. Waardoor komt dat? Voor het verteren van voedsel heeft je lichaam bloed nodig. Bij het sporten moet het bloed eigenlijk naar de spieren toe. Is er nog voedsel in je maag/darmstelsel aanwezig, dan moet er bloed én naar je spijsvertering én naar de spieren. Met als gevolg dat allebei de processen niet optimaal verlopen.

Uit onderzoek blijkt dat het goed is om uiterlijk zo'n twee uur voor het sporten een samengestelde maaltijd te nemen. Met veel koolhydraten en niet te veel vet. Vet zorgt er namelijk onder andere voor dat het voedsel langer in je maag blijft, waardoor je last van je maag kunt krijgen tijdens het sporten. Overigens heeft een getrainde sporter minder problemen met eten tot een uur voor de inspanning. Het hangt vooral af van je persoonlijke gevoeligheid hiervoor, je ervaring, het type sport en de intensiteit van de training.

Vlak voor de wedstrijd kun je eventueel nog een banaan, een krentenbol of een energiereep nemen. Die zijn zó samengesteld dat je daarvan geen last krijgt tijdens het sporten. Er zitten veel koolhydraten in en weinig vet. De voedingsstoffen worden snel in het lichaam opgenomen zonder dat het lichaam daar veel moeite voor hoeft te doen. Let er op dat je niet een vezelrijk product als yoghurt met muesli neemt, want met het verteren van die vezels heeft je lichaam juist wel veel moeite

Tijdens het lopen: vocht aanvullen!
Tijdens het sporten is het vooral belangrijk veel te drinken. Je kunt je lichaam oefenen om te drinken tijdens inspanning. Tijdens het lopen verlies je heel veel vocht, dat ook weer aangevuld moet worden. Met vocht valt of staat je prestatie. Bij het trainen komen er afvalstoffen uit je spieren in het bloed. Vocht zorgt ervoor dat je lichaamstemperatuur niet te veel stijgt, dat de afvalstoffen worden afgevoerd en dat nieuwe brandstof naar de spieren wordt aangevoerd. Drink je te weinig, dan wordt je bloed stroperig en stroomt het langzamer. Met als gevolg dat er minder zuurstof naar je spieren toegaat en je dus minder goed presteert. Drink je te weinig, dan kun je last krijgen van concentratiestoornissen. Heb je wel eens van die zwabberende lopers over de finish zien gaan? Waarschijnlijk hebben die te weinig gedronken.

Hoeveel vocht je per training verliest, is per persoon verschillend. Op een warme zomerdag verliezen sommige mensen wel 2 liter vocht per uur. Als standaard kun je aanhouden: bij 1 uur lopen, moet je 1 liter drinken. Meer kun je niet verwerken tijdens inspanning. Overigens hoef je maar 2 procent vochtverlies te hebben om minder te presteren. En daar zit je al aan als je dorst hebt. Het advies is al te drinken vóór je dorst krijgt.

Drink liever geen water, maar isotone dorstlessers. Dat zijn sportdrankjes die een vergelijkbare samenstelling hebben als je bloed, vandaar de naam isotoon. Door hun samenstelling verlaat het vocht snel de maag en gaat het naar de darmen waar het aan je bloed wordt afgegeven. Water doet er veel langer over om je maag te verlaten en het wordt minder snel aan het bloed afgegeven omdat het eerst de samenstelling van bloed moet krijgen. Je krijgt sneller een klotsende maag. Geen isotoon drankje bij de hand? Doe desnoods een beetje limonadesiroop en een snufje zout in je bidon met water. Ook dat zorgt al voor een snellere opname van het vocht, zegt voedingskundige Yneke Vocking van Sport Instituut Galgenwaard in Utrecht.

Moet je altijd drinken bij je hebben? "Ga je een half uurtje hardlopen, dan hoef je geen bidon mee te slepen. Maar is het langer dan een uur, dan moet je je vochtgehalte wel aanvullen tijdens het sporten. In je bidon kan het beste 60 gram koolhydraten zitten, evenveel als de meeste dorstlessers bevatten. Kijk op de verpakking, geconcentreerdere oplossingen (energiedrankjes) zijn niet goed omdat je ze minder snel opneemt en ze ‘in de weg gaan zitten."

Na het lopen: binnen 2 uur eten!
Van sporten moet je lichaam herstellen, want door het sporten ontstaan er haarfijne scheurtjes in je spieren. Allereerst moet je meteen een isotone dorstlesser - of een alternatief - drinken na het sporten, zodat je lichaam direct vocht krijgt aangevuld. Binnen twee uur na het sporten moet je ook iets eten. Gedurende die twee uur staan de cellen in je spieren open voor de toevoer van nieuwe brandstof en slurpen de spieren als het ware de koolhydraten naar binnen. Zo kunnen de spieren zich herstellen. Na die twee uur gaat het herstel langzamer.

Omdat je hongergevoel door intensief sporten vaak verdwijnt, zul je misschien niet zo'n zin hebben om een hele maaltijd weg te werken. Eerst dorstlesser drinken is belangrijk. Daarnaast kun je een energiedrankje nemen, met een hogere concentratie koolhydraten dan een dorstlesser, of een gezond tussendoortje. Bijvoorbeeld een krentenbol, een sportreep, een sultana of een evergreen eten. Let er in ieder geval op dat je binnen twee uur na het sporten eet.

Tips

  • Drink na een loopje liever isotone dorstlesser om vocht en koolhydraten snel aan te vullen dan energiedrank. Met een isotone dorstlesser vul je snel vocht en koolhydraten aan.
  • Een isotone sportdrank is nuttig tijdens het sporten en na het sporten. Als limonade achter de computer heeft het echter geen positief effect.
  • Wanneer je je vetpercentage omlaag brengt zul je merken dat het lopen gemakkelijker gaat. Overdrijf niet, bij een te laag percentage ben je sneller ziek.
  • Voeg meer (langzame) koolhydraten toe aan je voeding.
  • Drink geen alcohol tot vier uur na een training.
  • Eet voor je training niet te zwaar. Wanneer je langer traint kun je meer hebben maar doordat een training in het begin al gauw intensief is moet je na twee uur voor de training geen grote maaltijd eten.
  • Na de training moet je altijd wat drinken en wat eten. Zelfs als de training laat op de avond is. Eten en drinken na de training versnelt het herstel en het is een fabel dat je aankomt van laat eten. Voorbeeld van wat je kunt nemen is een glas karnemelk of magere melk en een krentenbol. Als je wilt afvallen moet je niet te weinig eten want dat staat lekker trainen en opbouw van spieren in de weg.

 


Flap Jack

Nodig:
180 g boter
180 g bruine basterdsuiker
3-5 eetlepels stroop
300 g havermout

óf

250 g havermout
25 g sesamzaad
25 g gemalen kokos

eventueel een handje rozijnen

Bereiding:
•  Bekleed een rechthoekige vorm met bakpapier, ± 23x33 cm.
•  Verwarm de oven voor op 175 ° C.
•  Smelt boter, suiker en stroop samen in een pan.
•  Voeg vervolgens de havermout toe en roer de ingrediënten door elkaar.
•  Eventueel sesamzaad en kokos toevoegen.
•  De massa overdoen in de bakvorm en 10 min. in het midden van de oven bakken.
•  Laten afkoelen en in vierkantjes snijden.

Eet smakelijk!

Esther Eisen

Hardlopers willen nog wel eens tegen wat specifieke "hardloopkwaaltjes" aan lopen. Hieronder kun je wat meer informatie over een aantal klachten vinden:

 

Achillespeesblessure
Een achillespeesblessure is een typische overbelastingsblessure. Het is een blessure die zich voordoet tussen het hielbeen tot circa 10 centimeter daarboven. De achillespeesblessure kan zitten in:

1. de aanhechting van de pees op de hiel
2. de pees met het omringende weefsel
3. de slijmbeurs in de diepte aan de voorzijde van de pees

Meestal wordt de ontsteking veroorzaakt door een chronisch zich herhalende belasting door hardlopen en springen. Zwelling van de pees duidt altijd op een ernstige blessure. Net als pijn die aan het einde van de inspanning terugkomt. Soms gaat een achillespeesblessure gepaard met roodheid en met een knisperend geluid bij het aanraken van de pees of bij het bewegen van de voet. Vaak heeft men last van startproblemen en ochtendstijfheid in de pees. Soms kan een achillespees acuut scheuren. De klachten lijken op een zweepslag maar bevinden zich in de achillespees. Meestal is een deuk voelbaar. Op de tenen staan is dan bijna onmogelijk.

Soms is druk van de sportschoen of onvoldoende demping van de hak de oorzaak voor het ontstaan van de blessure, maar ook een beenlengteverschil, afwijkingen in de voestand en bewegingsbeperkingen in de enkel kunnen de blessure verergeren.

Doortrainen brengt het risico met zich mee van een geleidelijke verergering van deze blessure en een steeds moeilijker herstel. De pijn die bij een achillespees blessure kan ontstaan is in te delen in de volgende 5 stadia: - Pijn die ontstaat na langdurige inspanning en die na enige uren spontaan weer verdwijnt. - Pijn die tijdens de warming-up opkomt, vervolgens gedurende de inspanning afneemt, en pas na de belasting weer terugkomt. - Pijn zowel tijdens als vlak na de inspanning, met pijn in de nacht, die pas na langdurige rust verdwijnt. - Net als punt 3, alleen er is tevens sprake van prestatievermindering. - Constante pijn die niet meer verdwijnt, ook niet na langdurige rust.

 

Hamstringblessure
Een hamstringblessure geeft alleen aan dat er een spierbeschadiging is aan de achterkant van het bovenbeen (de hamstrings). Dat kan o.a. een verrekking of scheuring van de spieren betekenen. Een verrekking is te beschouwen als een miniem scheurtje van maar enkele kleine spiervezels.

Hier bespreken we kort de scheuring van een spier. Een spier kan een scheuring oplopen door een slecht gecontroleerde krachtige beweging. De meeste hamstringblessures ontstaan kort na het begin van een wedstrijd of training, als de spier nog niet goed is opgewarmd. Men heeft dan onvoldoende aan warming-up gedaan. Ook tegen het einde van de wedstrijd of zware training als de spieren vermoeid raken ontstaan spierscheuringen. Meestal door een onverwachte verandering in beweging en explosieve bewegingen, zoals hard tegen een bal trappen, sprinten en springen.
Het verschil met een spierkneuzing is dat een spierscheuring zonder inwerkend geweld van buiten ontstaat en juist van binnenuit wordt opgewekt.

Een spierscheuring kenmerkt zich door de onderstaande verschijnselen:
- plotseling optredende pijn (lijkend op een messteek of zweepslag), vaak met een kramperig gevoel
- gedeukte en/of abnormaal gezwollen spierbuik boven of onder de aangedane plek
- meestal een blauwe verkleuring onder de aangedane plek (na enkele uren/dagen)
- langdurige stijfheid van de getroffen plek
Bij een hamstringsspierscheuring is het buigen van de knie pijnlijk en bemoeilijkt.

Wat moet je doen?
- Zorg dat het lichaamsdeel niet beweegt of gebruikt wordt om op te steunen.
- Leg een drukverband aan (zie tekening)
- Elevatie; houd het lichaamsdeel boven harthoogte.

Revalidatie
Als je geblesseerd bent en je wilt weer gaan beginnen is het verstandig om een oefenprogramma af te werken. Met een oefenprogramma kun je de spieren zodanig versterken, dat zij weer volledig te belasten zijn. Als spierversterkende oefeningen deel uit maken van een oefenprogramma voor het volledige herstel van een blessure, is het belangrijk dat je de belasting langzaam en geleidelijk opvoert. Begeleiding van het oefenprogramma door een (sport)fysiotherapeut of (sport)arts is gewenst. De invulling van het oefenprogramma verschilt namelijk per blessure en per persoon. Aangeraden wordt om te beginnen met een programma van 2 keer per dag 15 minuten, met 3 series van 10 tot 15 herhalingen per oefening (of anders zoals aangegeven bij de oefeningen). Bij het uitvoeren van de oefeningen is pijn (anders dan spierpijn) het belangrijkste signaal om gas terug te nemen. Je mag de pijngrens niet overschrijden. Als de oefeningen te zwaar of te pijnlijk zijn wordt het herstel niet bevorderd maar juist vertraagd. Bouw het programma op in overleg met je behandelaar. Klik hier voor een voorbeeld oefenprogramma voor het bovenbeen.

 

Lage rugklachten
Rugpijn wordt door vele aandoeningen veroorzaakt. Hier behandelen we de lage rugpijn. Dit komt bij veel sporten voor en bestaat meestal uit steken en stijfheid laag in de rug. Overbelasting van de lage rugspieren of een plotselinge draaibeweging kan een spierverrekking van de rugspieren veroorzaken. We noemen dit spit of lumbago. De rug is dan stijf en pijnlijk bij beweging. En van de andere oorzaken kan zijn een stoornis in het sacro-iliacaal-gewricht (bekken, SI-gewricht). Het SI-gewricht bevindt zich tussen de uiteinden van de wervelkolom (heiligbeen) en de darmbeenderen van het bekken.

Klachten en gevolgen van een functiestoornis in het sacro-iliacaal gewricht (SI-gewricht) kunnen o.a. zijn: - lage rugpijn, die meestal aan n zijde optreedt tot half over de bil
- een zeurend gevoel, dat uitstraalt tot aan de knieholte
- eventueel liespijn (soms is liespijn de enige klacht)
- een verstoord looppatroon
- soms hoofdpijnklachten

Wat moet je doen?
Allereerst is het belangrijk dat er een goede diagnose wordt gesteld. Daarom raden wij aan om wanneer u twijfelt over de aard van de rugklachten een (sport)arts te raadplegen. Bij Sportmedische Adviescentra en Sport Geneeskundige Afdelingen van ziekenhuizen kun je terecht voor keuringen, blessurediagnoses en adviezen. Iedereen kan zelf een afspraak maken voor het spreekuur van een SMA of SGA.

Revalidatie:
Wat je kunt doen wanneer er klachten ontstaan als gevolg van een stoornis in het SI-gewricht staat kort hieronder beschreven. Het tempo waarmee u de revalidatie doorloopt is afhankelijk van de ernst van de klachten. Het oefenprogramma geeft een aantal handvatten om er voor te zorgen dat het SI-gewricht weer wat meer mobiliteit krijgt en zorgt ervoor dat de rug- en buikspieren worden versterkt. Begeleiding van het oefenprogramma door een (sport)fysiotherapeut of (sport)arts is gewenst. De invulling van het oefenprogramma verschilt namelijk per blessure en per persoon. Bij spit wordt na een korte rustperiode de rug langzaam weer belast. Het oefenprogramma kan hierbij ook goed helpen. Bij het uitvoeren van de oefeningen is pijn (anders dan spierpijn) het belangrijkste signaal om gas terug te nemen. Je mag de pijngrens niet overschrijden. Als de oefeningen te zwaar of te pijnlijk zijn wordt het herstel niet bevorderd maar juist vertraagd. Bouw het programma op in overleg met je behandelaar. Klik hier voor een voorbeeld oefenprogramma voor lage rugklachten.

 

Liesklachten
Overbelasting van de liesspieren tijdens intensieve trainingen veroorzaakt plotseling pijn in de liesstreek. Als de klachten zich binnen enkele weken geleidelijk aan manifesteren, is het raadzaam om onmiddellijk een arts te consulteren. De klachten kunnen namelijk diverse oorzaken hebben, zoals een afwijking van de gewrichten, verschil in beenlengte of slijtage van het heupgewricht. Tip: Doe specifieke rekoefeningen voor de liesspieren. Stretch eerst de hamstrings, vervolgens de quadriceps en als laatste de adductoren. Mocht u nog steeds klachten houden, raadpleeg dan een arts.

 

Lopersknie
Pijn rondom de knieschijven en stijfheid van het kniegewricht. In ernstige gevallen veroorzaakt het buigen van de knie een vervelende pijn. Meestal ontstaat een dergelijke blessure door te veel, te hard of te voortvarend trainen. Tip: druk op de knie. Als u een pijnlijke plek ontdekt, kunt u deze behandelen met ijs. Vindt u geen pijnlijke plek, dan heeft behandeling met ijs ook geen zin. Als de knie gezwollen is, is het raadzaam uw arts te consulteren. Zwellingen zijn een indicatie van een ernstige blessure en het herstel kan drie tot vier maanden duren.
Een lopersknie kan ontstaan wanneer de hamstrings te strak gespannen zijn, wanneer de quadriceps beter ontwikkeld zijn dan de hamstrings, of - in het geval van beginnende lopers - als de quadriceps nog niet goed ontwikkeld zijn. Elke loper dient rekoefeningen te doen, waardoor de quadriceps en de hamstrings sterker worden. Wie met deze blessure wel kan lopen, moet heuvelafwaarts lopen vermijden. Loop op schoenen die goede ondersteuning bieden en een duurzame zool hebben. Ook kunt u een kniebeschermer dragen met een uitsparing voor uw knieschijf.

 

Scheenbeenklachten
Deze kunnen van zeer onschuldige aard zijn maar ook een ernstig karakter hebben. Bij lichte tot minder lichte klachten altijd koelen met ijscompressen. Bij aanhoudende klachten toch naar de huisarts gaan en bijplotselinge hele erge pijn direct een arts consulteren. Deze laatsts situsatie kan ook gevaarlijk zijn. Bij plotselinge felle pijn zal meestal ook een forse zwelling optreden.

 

Verstuiking
Verstuiking ofwel distorsie betreft een aandoening aan de gewrichtsbanden, er is sprake van een drietal graden:

Graad I: Lichte verrekking/verstuiking; hierbij zijn op microniveau kleine verscheuringen van het weefsel ontstaan (microruptuur) zonder dat dit veel consequenties heeft voor de functie van de getroffen structuur. Graad II: Matige verrekking/verstuiking; hierbij is een gedeeltelijke verscheuring (partile ruptuur) van weefsel opgetreden, die wel degelijk gevolgen heeft voor het functioneren van de getroffen structuur. Graad III: Ernstige verrekking/verstuiking; hierbij is een volledige verscheuring (totale ruptuur) van weefsel opgetreden met ernstige gevolgen voor de getroffen structuur. Behandeling: Bij acute letsels ICE-regel toepassen (zie: I) en vooral bij graad III zo snel mogelijk medische ondersteuning zien te verkrijgen.

 

Stressfractuur
Kleine scheurtjes aan de oppervlakte van het bot, meestal in het onderbeen of in de middenvoetsbeentjes van de voet. Botscheurtjes worden vaak veroorzaakt door het opvoeren van de intensiteit en de omvang van de trainingen in een periode van enkele weken. Spierpijn en stijfheid zullen in deze periode toenemen en er ontstaat een duidelijk aanwijsbare pijn op het bot. Wanneer u vermoedt dat u een stressfractuur heeft, raadpleeg dan meteen een arts.

Tip: Behandel de pijnlijke plek met ijs. Overweeg tijdens de genezingsperiode alternatieve trainingsvormen.

De voordelen van de juiste hardloopkleding die hoort bij het jaargetijde mag je niet onderschatten. De aanschaf kan misschien wel wat kostbaar zijn, maar je hebt er jarenlang veel plezier van. Zo zal je met een thermisch short minder last hebben van een nat en bezweet lichaam, omdat deze gemaakt is van kunststofvezels die weinig vocht vasthouden. Bij een gewoon katoenen T-shirt is dat wel het geval, omdat katoen bestaat uit holle vezels die gemakkelijk vocht vasthouden.

Onderkleding
Door het dragen van thermische onderkleding zal je een stuk minder last hebben van een nat en bezweet lichaam, omdat het zweet gemakkelijker wordt afgevoerd. Bovendien houdt het in de winter de lichaamswarmte vast. Om optimaal te profiteren van thermische onderkleding moet ook de bovenkleding aangepast worden (thermische onderkleding in combinatie met een jack dat weinig vocht doorlaat zal geen bevredigend effect hebben). Thermische short zijn verkrijgbaar in korte, lange mouw en in hemdjes.

Hardloopjack
Bij het hardloopjack is het vooral van belang dat het ademend, omdat anders het vocht van je lichaam niet goed wordt afgevoerd. Een goed hardloopjack is bovendien winddicht en regenbestendig. De stof waarvan dit jack gemaakt is, is zo geweven dat het wel transpiratievocht doorlaat maar regendruppels niet. Dit komt omdat zweetmoleculen in verhouding veel kleiner zijn dan moleculen van het regenwater. Een duur hardloopjack in combinatie met een gewoon katoenen T-shirt als onderkleding heeft geen bevredigend effect.

Hardloopshirt
Loopshirt zijn verkrijgbaar met lange, halflange, korte en zonder mouwen. Het laatste model wordt singlet genoemd. Ook de dikke en het gebruikte materiaal zijn er veel variaties. Zo kan een keuze worden gemaakt uit winddicht, ademend en vochtregulerend. De duurdere shirts hebben al deze drie de eigenschappen.

Het gebruik is afhankelijk van het jaargetij. Hartje winter is een loopshirt minder geschikt; je kan dan beter kiezen voor een hardloopjack.

Hardloopbroek
Speciale hardloopbroekjes (shorts) hebben een binnenbroek. Naast deze zijn er strakke tights te koop. Deze zijn vochttransporterend en verkrijgbaar met een korte, halflange en lang pijp en in diverse diktes. In de winter kan je het beste als hardloopbroek een lange tight gebruiken. Koop een tight niet te strak, omdat je anders mogelijk last zult hebben van onvoldoende bewegingsvrijheid. Ook ontstaat er bij koud weer een isolerend warm luchtlaagje.

Regenkleding
Goede regenkleding is regenbestendig, winddicht, ademend en heeft mogelijkheden om ventilatieopeningen te maken. Omdat de eerste drie eigenschappen moeilijk te combineren zijn zal je dit alleen bij dure regenpakken (o.a. gemaakt van gore-tex ) aantreffen. Bij de betaalbare standaard regenkleding moet je een keuze maken tussen een ademend maar niet regenbestendig/winddicht pak of andersom. Het grote nadeel van een niet ademend pak is dat je er in gaat zweten.

Sokken
Door het dragen van speciale hardloopsokken (een bekend merk is Falke) wordt het vocht beter afgevoerd. Ook kan het blaren voorkomen. Let er bij de aanschaf van sokken vooral op dat deze naadloos zijn. De betere sokken zijn hiel- en teenbeschermd en zijn voorzien van een links en rechts merkteken.

Handschoenen
Maak in de winter niet te snel gebruik van handschoenen. In het begin kan het wel wat koud zijn zonder, echter je handen komen vrij snel op temperatuur. Voor echt koude omstandigheden zijn er thermische handschoenen te koop

Muts
Bij koud weer kan je het beste een muts dragen, omdat je veel energie (ongeveer 40%) via het hoofd verliest. Als het erg koud is kan je lichaamsdelen die gevoelig zijn voor kou (lippen, gezicht, handen etc) invetten met vaseline.

 

Bron: www.runinfo.nl

Komende wedstrijden

21 juni
Veluwezoom Trail
21 juni 2019 8:00 - 23 juni 2019
2 juli
Hattemse Jubileumloop
2 juli 2019
6 juli
Vechtdaltrail
6 juli 2019
28 juli
Twee verenloop
28 juli 2019
Copyright © 2019 Loopsport Zwolle. Alle rechten voorbehouden.
Joomla! is vrije software uitgegeven onder de GNU/GPL Licentie.